Vrouw in de horeca: Tamara de Borst

Chef Tamara de Borst (39) is net begonnen aan een nieuwe uitdaging bij Le Jardin. Vanaf nu zwaaien daar twee vrouwen de scepter in de keuken; best uniek in een wereld gedomineerd door mannen. De geboren Harmelense (een heerlijk, klein groen dorpje net naast ons stadsie) zit al sinds haar zestiende in het vak. “Als kind wilde ik banketbakker worden. Maar al snel kwam ik erachter dat het plakt en dat je altijd een weegschaal moet gebruiken. Koken is voor mij gevoel, dus van het bakken ben ik al snel afgestapt”, zegt ze lachend.

tekst: Kylie Fletcher | beeld: Jacco Oskam

One of the guys
Tamara is na verschillende horeca- en koksopleidingen, keukens en zaken, omhooggeklommen op de keukenladder: van leerling tot chef, op haar 25e. “Je raakt nooit uitgeleerd in de keuken, qua koken niet en qua sociale vaardigheden niet. Door hoe ik behandeld ben op bepaalde plekken, weet ik hoe ik met collega’s om wil gaan. Ik heb nog nooit iemand verrot gescholden. Jonge jongens in de keuken zijn haantjes. Mannen zijn degene die roddelen, niet de vrouwen. Twee vrouwen in de keuken is top, twee mannen niet. Die vechten elkaar als Bokito de tent uit; al dat testosteron laat ze tieren. Voor mij is het nooit moeilijk geweest in deze mannenwereld. Ik val op vrouwen en ben ook wat mannelijker, misschien dat ik daarom wel meer ‘one of the guys’ ben. Vrouwen in de keuken zijn schoner en meer gestructureerd. Toch werk ik wel liever met mannen. De humor, het kontmeppen. Ik hou van de botheid. Lekker plat, al moet het wel ergens over gaan. En het voordeel van met mannen werken: ze kunnen beter bij de afzuigkap!”.

Voorval
“Ik kan mij gelukkig maar één voorval bedenken waarin ik benadeeld werd omdat ik een vrouw ben. Ik was 19 en solliciteerde bij een zaak met een ster. Die chef zij tegen mij: ‘Vrouwen zijn altijd een keer in de maand ‘ziek’. En daar heb ik geen zin in, dus dit gesprek is bij voorbaat al klaar.’ Ik wist niet wat ik hoorde. Ik was geschokt. Achteraf kan ik erom lachen, op zo’n plek wil je überhaupt niet werken”.

Kinderen
“Er zijn zo weinig vrouwen aan de top omdat ze uiteindelijk zwanger worden en aan een gezin beginnen. Dat zou voor mij ook een reden zijn om te stoppen. Ik werk nu vier dagen, want wil ook ergens een privéleven en rust. Ik wil later ook geen eigen zaak, maar kinderen. En die horen thuis op te groeien en niet in de kroeg”, aldus Tamara.

In Utrecht is onze man–vrouwverhouding scheef. Logischerwijs werken er in de horeca dus ook meer vrouwen dan mannen. Toch staat deze laatste groep vaker in de spotlight. Tijd voor een ode aan de vrouw; de horecavrouw!

 

Redactie FM
social@frissemosterd.nl