Column: ‘Bedankt voor uw komst en tot nooit meer ziens.’

De laatste tijd lijkt onze stad overspoeld te worden met een fascinerende groep gasten: internationals. Een mix van expats, (uitwisselings)studenten en uiteraard de gewone toerist. Allen geven meer geld uit buiten de deur; een echt thuis hebben ze hier tenslotte niet. Deze aandacht en belangstelling is fijn voor Utrecht, goed voor de economie, zorgt voor gezelligheid en reuring in de stad. Het lijkt er alleen op dat ze geen weet hebben van hoe ze zich moeten gedragen in onze horeca.

Na een haastig welkom waarin je hakkelig overschakelt naar het Engels, moet je verward de zaak door, op zoek naar de gasten die zojuist nog voor je stonden. In de tijd dat je zocht naar beschikbare tafels, zijn ze hun geduld verloren. Op eigen initiatief zijn ze zelf op zoek gegaan naar de beste plek. Buiten adem wijs je ze naar de juiste tafel, vooraan bij het raam. Na het ophangen van de jassen staat opeens de geliefde vier persoons tafel linksachter, in plaats van rechtsvoor bij het raam. Hoe ze het zo snel doen is voor iedereen een raadsel. Onverstaanbare bestellingen, liefst één voor één, worden aan de bar doorgegeven.

Goede hoop ontstaat wanneer er gevraagd wordt naar de verschillende likeuren. Geduldig noem je de prijs per drankje. Vijf minuten later sta je bier te tappen, wel zo makkelijk. Heineken? Nee, Grolsch. Bier? Ja, bier. Bedankt word je niet, voor de perfecte twee-vinger-dikke schuimkraag op elk getapt biertje. Sterker nog, met een scheef oog wordt het opgemerkt: er zit te weinig bier in mijn glas! Of er nog een slokje in kan. ‘Maar natuurlijk’, zeg je. ‘Bedankt en tot nooit meer ziens,’ denk je.

De Utrechtse Kylie Fletcher en Mette Dijkstra zijn schrijvende horecadames met een bak aan zelfspot en een helicopterview waar je u tegen zegt. Ze spreken met en uit ervaring over alledaagse horecaperikelen.

Redactie FM
social@frissemosterd.nl