Column: Horeca achterklap

We praten vaak over u, onze gast. Wanneer we thuiskomen na een dag hard werken, tijdens de bekende naborrel of tijdens de nodige kop koffie de volgende dag. Over hoe u zichtbaar genoten heeft van uw avondje uit, of onterecht en vol ongeduld uw hand opstak. Over de leuke en de minder leuke momenten die voorkomen wanneer u onder onze hoede bent.

Soms, als u een grappige vraag stelt, lachen we er om. Of als die vraag eigenlijk geen vraag blijkt, maar eerder een mededeling. ‘Mag ik iets vragen?’. ‘Natuurlijk’, zeggen wij. ‘Het is hier warm’, meldt u. Dat is geen vraag, denken wij. Er zijn momenten dat over u praten eigenlijk niet kan. Dan voelt het als roddelen, zo achter uw rug om. Horeca-achterklap, restaurantgeroddel, dat is het. Maar we doen dat niet om u
vervelend te doen voelen, of om u zwart te maken. Dat doen we omdat u indruk heeft gemaakt. Of dit nu positief of negatief is.

Gevaarlijk is het wel, want soms kunnen we het maar nauwelijks voor ons houden. Om heel eerlijk te zijn, dat gaat ook weleens mis. Want het gekke is, het voelt alsof er tussen de zaak en de bar een geluidsdichte barrière zit. Dat alles wat tussen die koelingen vol drank gezegd wordt, voor de gasten ongehoord zal blijven. De keuken biedt daarbij wel uitkomst: wanneer de frustraties te hoog oplopen, stormen we naar achter en kunnen we ons daar meestal wel even laten gaan.

Wilt u nou stiekem meegenieten van onze menselijkheid? Zetel uzelf dan niet achterin de zaak, maar neem plaats aan de bar. Hou oren en ogen open. Dan kunt u niet alleen smakelijk eten en drinken, maar ook iets meekrijgen van al wat wij als personeel te achterklappen hebben.


De Utrechtse Kylie Fletcher en Mette Dijkstra zijn schrijvende horecadames met een bak aan zelfspot en een helicopterview waar je u tegen zegt. Ze spreken met en uit ervaring over alledaagse horecaperikelen.

Redactie FM
social@frissemosterd.nl