Restaurantetiquette in de kroeg?

Kylie + Mette

Er bestaat natuurlijk een wezenlijk verschil tussen een kroeg en een restaurant. De omgang, de kaart, het gezelschap en de tijden waarop het er druk is. Maar sinds kort begint één van die verschillen ernstige vormen aan te nemen in het kroegleven. We zijn en masse gestopt met gedag zeggen, en negeren is het nieuwe “Hallo, goedemiddag”.

Daar waar het personeel in een restaurant de tijd en ruimte krijgt om iemand te verwelkomen en een plek te wijzen, worden kroegtijgers geconfronteerd met gasten die het liefst blind voor contact hun eigen tafel, barkruk of terrasstoel uit willen zoeken. Niet-gasten, die slechts voor het toilet binnenkomen, lopen al helemaal graag met oogkleppen door de zaak – recht op hun doel af.

Er is geen heftig gezwaai, gefluit (alsof je je hond terugroept) of kreet door de zaak nodig om duidelijk te maken dat je iets wenst. Oogcontact is de fijnste manier van communiceren. Zoek die ogen op, dan krijg je met wederkerig oogcontact de volgende ronde op tafel. Vragen om de wifi, nog voor je enige vorm van contact gemaakt hebt, is gek. En een beetje onbeleefd. Maar wat maakt dat verschil dan tussen kroeg en restaurant? We komen er niet uit. Is het de prijs van de rekening? De moeite die er gedaan wordt? Is het de verwachting van de avond die bepaalt hoe je binnenkomt, gaat zitten en vraagt om je drank? Staat gedag zeggen dan niet in de kroegetiquette?

Het is fantastisch als iedereen zich thuis voelt en de vrijheid neemt een fijne plek uit te zoeken. Negeren dat er iemand is die die plek creëert, is dan onhandig. De restaurantetiquette zou ook in de kroeg niet misstaan. Zet dat personeel maar aan het werk door ze aan te kijken en vragen te stellen. In het tappen van een biertje zit de uitdaging niet.


 

De Utrechtse Kylie Fletcher en Mette Dijkstra zijn schrijvende horecadames met een bak aan zelfspot en een helicopterview waar je u tegen zegt. Ze spreken met en uit ervaring over alledaagse horecaperikelen.

Redactie FM
social@frissemosterd.nl