Hoog Centraal

2005: het jaar dat ik verliefd werd

Het is ein-de-lijk lente. En masse gaan we weer naar buiten, de terrassen op en de parken in. Na maanden van regen, kou en een halve winterdepressie, is niets fijner dan buiten in ons stadsie een bakkie te doen en mensen te kijken.

Met de komst van de lente begint voor mij een jaarlijks ritueel: de voorjaarsschoonmaak. Kilo’s oud papier, lege flessen en kleding gaan de deur uit. De stofzuiger grondig het huis door en elke kast, lade en plank schoongeboend en geordend.

Zonder gêne: ik ben een verzamelaar. Naarmate ik ouder word, neemt de verzamelwoede iets af, maar ik heb er nog altijd een handje van om alles wat ik ooit geschreven heb – van slap gelul op bierviltjes tot niet verstuurde liefdesverklaringen, aantekeningen, halve romans en agenda’s – vooral niet weg te gooien. En zo kom ik tijdens deze grote schoonmaak een notitieboekje tegen uit 2005.

2005 is het jaar waarin ik verliefd werd. Op mijn eerste grote liefde, op Utrecht, op de journalistiek, maar vooral op de horeca. Om mijn studie te bekostigen werkte ik in een oude, bruine kroeg. Zo eentje die tegenwoordig vrijwel niet meer te vinden is. Café Hoog Centraal, middenin de stationshal van Utrecht CS. Met haar grote bruine bar met koperen stangen. De muren compleet vergeeld door jarenlang intensief gerook. De potjes bier rijendik op de bar, en ‘De woonboot’ van Stef Ekkel op repeat.

Vaste gasten

De eerste pagina’s van het notitieboekje beschrijven een zaterdagmiddag. Het is een observatie van de aanwezige vaste gasten. Mannen van middelbare leeftijd met een huid als leer, grove gouden kettingen om en een dikke pens onder een te strak, verwassen overhemd. Gasten die doorlopend sjekkies draaien en de ene peuk met de andere aansteken. Mannen die luidkeels mee-lallen met Hazes, terwijl ze liters bier weghakken. Steeds sterkere verhalen aan je vertellen, maar ook hun hart luchten, je meevragen naar de Bunnik Side en een briefje van vijftig toestoppen op je verjaardag. Gasten met een grote bek en een piepklein hartje.

Van opruimen is het sinds deze vondst niet meer gekomen. Ik zit al een paar uur tussen de bergen zooi op de grond. Met m’n neus in een notitieblok. En Stef Ekkel op de achtergrond.

Kylie Fletcher (1988) begint naast haar studie Journalistiek te werken in de Utrechtse horeca. Haar tweede passie, naast schrijven, is geboren. Eind 2017 stopt ze achter de bar voor een baan in de marketing. Naast de liefde voor de pen, is die voor horeca zeker niet verdwenen. Ze combineert die twee liefdes bij Frisse Mosterd. 

Beeld: Verkeersnet.nl

Op de afbeelding is de locatie te zien van waar voorheen Café Hoog Centraal zat. Dit beeld komt uit 2011, net na de opening van de eerste Starbucks in Utrecht (ook de reden dat het café moest sluiten). Uniek beeld van Café Hoog Centraal is helaas niet te vinden.

Redactie FM
social@frissemosterd.nl