Header column Noreen

Wat de boer niet kent moet-ie eens proberen

Het is een doordeweekse avond en de zaak is vrijwel leeg. Winkelend publiek is nog niet toe aan een hapje eten en de meeste reserveringen verwachten we pas na half zeven. Er is echter een uitzondering: een tafel voor drie, om kwart over vijf. De kaarsjes staan aan, de lichten zijn gedimd tot sfeervol en de laatste kop koffie is achter de kiezen. We wachten allemaal, strak in pak, op die eerste tafel.

Kwart over vijf precies. Als eerste komt een jongen van rond de twintig binnen stappen. Nikes aan zijn voeten, extra-strakke skinny jeans en een lang shirt aan, zijn haren achterovergekamd. Achter hem, als ietwat bange, jonge eendjes in een rij, volgen zijn tafelgenoten. Eerst komt zijn jongere, behoorlijk nukkig kijkende, broertje binnen. Zijn uiterlijk is gebaseerd op, neem ik aan, zijn lievelingskleur: zwart. Alles iets te groot, zo ook de lok haar die voor de linkerkant van zijn gezicht valt en welke paars is geverfd. Daarna volgt moeders, althans, eerst alleen haar hoofd dat ze argwanend om de hoek steekt. Ze kijkt alsof ze onvoorbereid op audiëntie moet bij de koning: een onvervalste blik van angst in haar ogen.

Opgemaakt bord

Ik begroet ze en al snel blijkt dat de oudste zoon de reservering heeft gemaakt. Hij studeert in Utrecht en wilde zijn moeder en broertje de stad laten zien, zo vertelt hij me. Ik neem de jassen aan en begeleid het drietal naar hun tafel. Voordat ze me volgen hoor ik hoe moeder tegen haar zoon sist: “Je hebt toch wel de prijzen bekeken?”

Hier is duidelijk wat geruststelling nodig. Eenmaal aan tafel, het aperitief gebracht, begin ik uit te leggen wat ze deze avond kunnen verwachten. Bij de woorden ‘nadruk op groente’ kijkt het jongste broertje me argwanend aan vanachter het comfort van zijn haarlok. Toch blijkt ‘verrassingsmenu’ de coup de grâce. De lok wordt uit het gezicht gehaald om me bijna smekend te vragen: “Maar jullie hebben toch wel frietjes?!” Moeder blijft angstvallig stil, de blik in haar ogen onveranderd. Tot dusver mijn kalmeringspoging.

Verrassingsmenu

Gelukkig besluit de oudere broer in te grijpen. Hij wendt zich tot mij en vertelt dat ze graag drie gangen willen eten, verrassingsmenu, en ze hebben geen allergieën of andere dieetwensen. Top. Hier kan ik iets mee. Terwijl ik wegloop om de keuken aan het werk te zetten, hoor ik: “Altijd maar die schnitzel en Dame Blanche, het is tijd dat jullie iets nieuws proberen.” Als ik me omdraai zie ik hoe het broertje zich weer heeft teruggetrokken achter zijn haar en bedrukt aan zijn lippiercing priegelt. Moeders staart nog steeds zwijgend voor zich uit. De tafelheer heeft noodgedwongen eenzelfde houding aangenomen. Ik heb met hem te doen.

Ik zet het eerste gerecht op tafel: een kunstwerkje van braam, zeekraal, jalapeño en een klein stukje makreel. Achterdocht overheerst aan de tafel en ik heb last van plaatsvervangende zenuwen. Na het gerecht te hebben uitgelegd loop ik terug en stel me verdekt op, blik gericht op de tafel. Oudere broer valt enthousiast aan op het voorgerecht. Zijn tafelgenoten pakken met enige tegenzin hun bestek en beginnen. Eerste hapjes worden voorzichtig genomen terwijl ik ingespannen naar hun gezichtsuitdrukking kijk. Het lijkt verdorie wel alsof ik aan het wachten ben op de uitslag van een examen.

Dan, eindelijk, word ik uit mijn lijden verlost: bij moeder breekt een voorzichtige glimlach door en broertje zet zijn haarlok vast achter zijn oor met een schuifspeldje. Geslaagd! Opluchting overspoelt me, een last glijdt van mijn schouders en mijn avond kan niet meer stuk.

Na alle kanten van de horeca gezien te hebben werkt Noreen Kaland nu als docente Engels. Toch gaat ze na dit schooljaar terug naar die eerste liefde. Voor Frisse Mosterd schrijft ze over de twee dingen binnen het mooie horecavak die zij het leukst vindt: de gasten en wijn.

Redactie FM
social@frissemosterd.nl