Toetje met tranen

Samen komen ze het restaurant binnen. Met een grote glimlach op zijn gezicht trekt hij haar achter zich aan, haar hand in de zijne. Hij noemt zijn naam en ik zoek de reservering op. Bij het vakje ‘opmerkingen’ lees ik dat hij de reservering gemaakt heeft ter ere van hun drie jaar samen zijn. Of we als verrassing een roos op tafel wilden zetten.

Hij reikt me enthousiast zijn jas aan, zij is wat terughoudender. Ik kan haar emotie niet precies benoemen, maar of het nou ongeduld, irritatie of ongemakkelijkheid is, erg blij word ik er niet van. Ze zal zich simpelweg niet op haar gemak voelen in deze restaurantsetting, trekt straks vast bij. Ik breng ze naar de tafel (met rode roos) en loop weg om de jassen op te hangen.

Man alleen

Champagne

Wanneer ik terugkom bij de tafel tref ik de twee aan in oorverdovende stilte. Hij zit voorover, naar haar toe gebogen, zij heeft een tegenovergestelde houding aangenomen en kijkt over zijn linkerschouder langs hem heen. Enigszins tot mijn verbazing zijn beide partijen wel te porren voor een glas champagne. Misschien hebben ze na die drie jaar nog steeds een beetje Dutch courage nodig aan het begin van een avond. Absoluut niet aan mij om daar iets van te vinden.

De bubbels en amuse achter de kiezen kom ik terug aan tafel om de wensen voor het diner te bespreken. Ik leg het concept van ons menu uit, waarna ik ze afwachtend aankijk. “Drie gangen is wel genoeg, toch?”, zegt zij, met een enigszins dwingende ondertoon. Dat laatste lijkt hij niet helemaal op te pikken: “Nee joh, we hebben iets te vieren! Acht gangen inclusief kaas en dessert, alstublieft!” Ik voel een ongemakkelijk gevoel opkomen. In plaats van zijn wens te accepteren kijk ik ze nog even vragend aan voor bevestiging. “Nou, dat is wel erg…”, begint ze. Maar hij kapt haar af met een: “Ach dat komt wel goed, we hebben de hele avond. Ja hoor, acht gangen!” Ik begrijp dat ik hier verder niets aan kan veranderen en loop weg van de tafel om met een naar gevoel in mijn buik de bestelling door te geven aan de keuken.

Gang na gang

Gang na gang komt op hun tafel te staan. Glazen bijpassende wijn worden ook gretig aangepakt en opgedronken, maar de sfeer lijkt niet mee te stijgen. Het gesprek dat plaatsvindt is voornamelijk een monoloog van zijn kant, waar zij af en toe met een enkel woord op reageert. Of hij merkt dit niet op, of hij kiest ervoor om het te negeren. Hij lijkt vastbesloten om met zijn animo alleen de avond tot een succes te maken. Ik begrijp steeds minder van de dynamiek die ik aanschouw.

Het einde van de acht gangen is in zicht, het dessert staat op tafel en is toegelicht door mijn collega. Ik sta glazen te poleren, wanneer ik opeens hoor hoe een lepel met meer kracht dan nodig op een bord gesmeten wordt. Een stoel schuift naar achter en met flinke vaart verwijderen een paar hakken zich uit het restaurant. Ik draai me om en zie hoe hij overdonderd in zijn eentje aan tafel naar twee paar half opgegeten desserts zit te kijken. Ik besluit naar de tafel te lopen om te vragen of alles in orde is. Van zijn enthousiasme is niks meer over. Een leeg omhulsel met tranen in zijn ogen staart me aan. “Ze heeft het uitgemaakt.”

Dessert met lepel

Na alle kanten van de horeca gezien te hebben werkt Noreen Kaland nu als docente Engels. Toch gaat ze na dit schooljaar terug naar die eerste liefde. Voor Frisse Mosterd schrijft ze over de twee dingen binnen het mooie horecavak die zij het leukst vindt: de gasten en wijn.

Redactie FM
social@frissemosterd.nl