dovemansoren

Dovemansoren

Ik ben net aangekomen bij het restaurant, heb me omgekleed en loop richting het terras om mijn collega’s te begroeten. Het is een heerlijk warme, zonnige dag. Er staat geen zuchtje wind en het terras laat een mozaïek van avondlicht zien wat door de bomen heen valt. De tafeltjes staan klaar voor de avond: vlekkeloos wit tafellinnen waar Herman den Blijker jaloers op zou zijn, blinkend gepoleerde wijnglazen en strak gevouwen servetten. Het geheel zou zo terechtkunnen op een Franse place du village.

De reserveringslijst

Wanneer ik de reserveringslijst pak blijkt dat ik niet de enige ben die van dit mooie weer geniet: we zitten overvol. Ik neem een slok van mijn cappuccino ter voorbereiding op het lezen van alle opmerkingen die bij de reserveringen staan. Nog voordat ik de eerste lezen kan, zie ik een gast via een zijingang het restaurant binnengaan. Ik stap de drempel naar het restaurant op om hem te ontvangen en loop hem tegemoet.

restaurant reservering

De beste man kijkt me ietwat verstrooid aan en vertelt me, redelijk luid om eerlijk te zijn, dat zijn vriendin al op het terras op hem zit te wachten. Nog voordat ik hem voor kan gaan naar buiten heeft hij zelf de weg naar het terras al ontdekt en zijn voeten in gang gezet. Met een aardige vaart stevent hij op de drempel af die ik net opgegaan ben.
– Meneer, pas op de afstap daar!

Hij lijkt me niet te horen. Er komt geen enkel teken van contact. Geen hand omhoog, geen knikje van zijn hoofd, niets. En de afstap is nu gevaarlijk dichtbij. Ik loop hem snel achterna terwijl ik hem nogmaals waarschuw, dit keer op het geluidsniveau gesprek-in-een-volle-kroeg.
– Meneer, pas op de afstap alstublieft!

Niets! Hoe dan? Geen tijd om erover na te denken, want de afstap is daar. Ik moet iets doen!
– MENEER!

Te laat

De laatste stap is gezet en het is eenzelfde stap als degene die je zet wanneer je in het donker de trap oploopt en de laatste trede eerder komt dan je verwachtte. Een saluut aan het luchtledige. Behalve dat voor deze meneer de zwaartekracht niet meewerkt. Net buiten het bereik van mijn grijpende handen zie ik hoe hij voorovervalt in een indrukwekkend uitziende duikvlucht naar de harde, marmeren vloer. Onderweg besluit hij niet in zijn eentje ten onder te willen gaan en grijpt met zijn linkerhand een grote, heuphoge, stenen vaas vast.

In plaats van het verwachtte houvast biedt deze vaas hem slechts gezelschap in zijn val. Tezamen zetten ze de neergang voort tot daar het onvermijdelijke is: de koude, onvergeeflijke vloer. Verstrengeld als geliefden rollen ze door het halletje tot ze tot stilstand komen tegen de voordeur, gadegeslagen door de verwonderde gasten aan de pakweg zes tafeltjes op het terras die al bezet zijn.

Verbijsterd zet ik de laatste paar snelle stappen naar de voordeur om meneer overeind te helpen. Zijn vriendin, die inderdaad op het terras zat te wachten en alles had zien gebeuren, schiet hem, ook te hulp. Ik vraag hem of alles in orde is, waar ik wederom geen antwoord op krijg. Ik wil mijn vraag nogmaals herhalen, maar word onderbroken wanneer hij, veel te hard en behoorlijk schel, zijn tweede zin van die avond tegen me schreeuwt.
– Ik ben DOOF, dat staat op de RESERVERINGSLIJST.

column noreen doof

Na een jaar werken als docente Engels is Noreen Kaland weer teruggekeerd naar de horeca, in de functie van sommelier en assistent-manager. Voor Frisse Mosterd schrijft ze over de twee dingen binnen het mooie horecavak die zij het leukst vindt: de gasten en wijn.

Redactie FM
social@frissemosterd.nl