Gasten anno nu

De gast heerst

Het is me opgevallen dat gasten in de horeca steeds mondiger worden. De welbekende slogan ‘de gast is koning’ wordt vaak door de gasten zelf naar een iets te hoog plan getrokken, waardoor mondigheid inmiddels grenst aan asociaal gedrag.

Vijftienjarig guppie

Nu ik er zo over nadenk is het fenomeen asociale gast al iets van langere tijd. Ik herinner me nog goed een gast die ik in mijn wijk kreeg, toen ik als vijftienjarig guppie in de bediening werkte bij mijn eerste horecabaantje. Deze meneer van middelbare leeftijd kwam met zijn vrij ongelukkig ogende echtgenote bij ons dineren. Toen ik aan tafel stond om te vragen wat ik te drinken mocht brengen legde de meneer in kwestie, zonder blikken of blozen, zijn gerimpelde hand op mijn billen. Ik, in mijn oren geknoopt dat de gast koning was, durfde niets te zeggen. Dit ging zo de hele avond door, met bij het afrekenen de grote klapper. Toen ik vroeg of ze lekker gegeten hadden kreeg ik als antwoord: “Ach meisje, je weet toch wel dat ik hier niet kom voor het eten. Nee, het zijn de serveerstertjes waar ik oprecht van geniet”. Terwijl zijn vrouw ernaast stond, tegen een vijftienjarige.

Niet gastvrij?!

Minder lang geleden, in het afgelopen jaar, verzorgen wij een diner voor een grote groep mensen. Het nazomerzonnetje scheen, dus we hadden buiten een lange tafel opgedekt. De groep arriveerde met een dame parmantig voorop. Ze wierp een blik op de tafel en dan met name het zitgerei dat aan deze tafel stond. Het voldeed blijkbaar niet aan haar verwachtingen, aangezien ze vervolgens kordaat wat collegae instrueerde om de banken te verwisselen met stoelen van een andere (ronde) tafel en bij een andere tafel wat kussentjes vandaan trok. Deze hele verbouwing vertrok zich in korte tijd, maar vooral zonder enig overleg met iemand van de bediening. Toen ik toesnelde en uitlegde dat wij toch wel enigszins doordacht ervoor hadden gekozen om geen rechthoekige bank aan een ronde tafel te zetten, kreeg ik een hooghartige blik toegeworpen en een “Niet zo gastvrij, hè”.

Stel je voor

Misschien denk je nu wel: ach, Noreen, je overdrijft. Dit zijn twee voorbeelden uit twaalf jaar werken in de horeca. Maar helaas is dit vaak dagelijkse kost. De een weliswaar wat heftiger dan de ander, maar desalniettemin gaat er geen avond voorbij zonder dat een gast onbeschoft is tegen mij over een ander lid van mijn team.

Vaak tel ik tot tien, plak ik mijn gepleisterde horeca-lach op mijn gezicht en blaas ik later tegen het keukenteam wat stoom af. Laatst zat ik te fantaseren hoe het zou zijn als wij ook eens onze mond open zouden trekken tegen de gasten om onze ongefilterde mening of wensen uit te spreken. Stel je voor…

– Gast: “Wij hebben een jarige aan de tafel en ik heb bij de reservering gezet dat we een kaarsje in het toetje willen en een kaartje met ‘Gefeliciteerd!’ erop, vergeet je dat niet te regelen?” (dit gebeurde vorige week nog)

– Ik: “Nou mevrouw, ik zal u eerlijk zeggen dat het me geen reet interesseert dat uw tafelgenoot jarig is. Ten tweede heb ik een vol restaurant te draaien en ben ik vanmiddag niet speciaal naar de Hema gelopen om kaarsjes en een kaart te halen, omdat ú dat bij de reservering geschreven heeft. Weet u wat u kunt doen? Het dessert ophalen in de keuken, dat kaarsje zelf kopen en erin stoppen. Geniet van uw dessert!”

taart met kaarsje

De mensen die keihard werken om alle gasten een fijn bezoek te bezorgen, daar wordt soms aan voorbij gegaan door de gasten. Ze mogen best meer bij hun gedrag stilstaan en waardering uitspreken naar het personeel. In werkelijkheid ram ik namelijk zo’n stom kaarsje in het bolletje ijs, strijk mijn glimlach weer glad en loop naar de tafel toe. Want de gast is koning. Toch?

Na een jaar werken als docente Engels is Noreen Kaland weer teruggekeerd naar de horeca, in de functie van sommelier en assistent-manager. Voor Frisse Mosterd schrijft ze over de twee dingen binnen het mooie horecavak die zij het leukst vindt: de gasten en wijn.

Redactie FM
social@frissemosterd.nl