gasten restaurant

Schilderen zonder kwast

Werken in de horeca vind ik voor een groot deel leuk door het contact met de gasten. Elke avond leer ik nieuwe mensen kennen en bij iedereen is de omgang verschillend. Het is wonderbaarlijk hoe je met lichaamstaal, intonatie en woordkeuze een gesprek kunt beïnvloeden. Eigenlijk is het een groot sociaal experiment, elke avond weer.

Wijvenwijn

Zo had ik ooit een mannelijke gast die, onder luid gelach van zijn corpsmaatjes, tegen me bralde dat hij absoluut geen “wijvenwijn, zoals een Chardonnay of Sauvignon Blanc” wilde drinken. Vul mijn gezichtsuitdrukking na deze opmerking zelf maar in. Ik verzekerde meneer ervan dat ik wel iets voor hem had liggen.

De rode wijn die ik hem vervolgens presenteerde beschreef ik als de zwaarste wijn die ik liggen had, met een intense afdronk waar het gerookte vlees vanaf te proeven was. En zegt u nou zelf, mannelijker dan een vloeibare barbecue wordt het niet. De arme man had geen kans meer om nee te zeggen. En dat deed hij dus ook niet, om vervolgens de hele avond die exacte, peperdure wijn te drinken.

Goede moed

Dit soort interacties zijn leuk, tot een deel van je gereedschap je ontnomen wordt, zoals mij onlangs gebeurde. Om half vijf ’s avonds ging de deur open en kwam een gezelschap van drie binnen. Onze leerling-gastvrouw liep vol goede moed naar de deur om onze gasten te ontvangen, zoals haar dat geleerd was.

Vrolijk heette ze de drie welkom en vroeg naar de naam van de reservering. De reactie die kwam bestond voor een groot deel uit onverstaanbare klanken en klikgeluidjes. Alsof er een stofje onder de naald van de plantenspeler zat. Ze verstijfde voor een moment, draaide zich toen om en liep resoluut naar mij toe, lichte paniek in haar ogen. “Ze zijn doofstom, alle drie! Ze kunnen niet horen EN niet praten.” Tja, die situatie stond uiteraard niet in haar leerboek beschreven.

Schilder zonder kwast

Met wat handen en voeten kwamen we erachter welke reservering we voor ons hadden staan en mijn collega begeleidde ze netjes naar de tafel. Terwijl ik wachtte tot ze de jassen had aangenomen hoorde ik haar mompelen: “Kan ik uw jas… oja wacht, dit heeft natuurlijk ook 0 zin.’’

Ik had beloofd deze tafel verder over te nemen en dus liep ik, vol frisse moed, die kant op. Toen ik eenmaal aan tafel stond wilde ik beginnen met mijn uitleg. Ik had mijn vrolijke ‘welkom’ al ingezet, maar werd aangestaard door drie paar ogen vol onbegrip. Ik realiseerde me dat een gastvrouw zonder stem is als een schilder zonder kwast. Van dit vrolijke kwartet was ik duidelijk degene die lichamelijk beperkt was, niet mijn gasten.

Ik ben omgedraaid en heb pen en papier gehaald. Daarop heb ik, aan tafel, mijn welkomstpraatje uitgeschreven. Mijn gasten reageerden door hun antwoord daarop een regel daaronder te schrijven. Ik vond het fascinerend om te beseffen hoe ik normaal een karakterschets van een gast grotendeels baseer op hun stem. Ook die kennis werd me bij deze tafel ontnomen. Ik merkte dat ik hun persoonlijkheid probeerde te linken aan hun handschrift, wat uiteraard leidde tot niks.

Hoe moeizaam onze interactie in eerste instantie ook verliep, zo leuk vond ik het uiteindelijk om deze mensen als mijn gasten te mogen ontvangen. Ik schilderde deze avond zonder kwast, gewoon lekker met mijn vingers en vond het prachtig mooi.

Na een jaar werken als docente Engels is Noreen Kaland weer teruggekeerd naar de horeca, in de functie van sommelier en assistent-manager. Voor Frisse Mosterd schrijft ze over de twee dingen binnen het mooie horecavak die zij het leukst vindt: de gasten en wijn.

Redactie FM
social@frissemosterd.nl