Header cafe column Noreen

Date onder de Dom

Het is een gekke tijd. Daar kun je niet omheen, al zou ik dat af en toe zo graag willen. Onwetendheid is me echter niet gegund; in alle krantenkoppen lijkt wel het woord corona te prijken, alle berichtjes die ik krijg en gesprekken die ik voer beginnen of eindigen met ‘tja, het is een bizarre tijd’ of een berustend ‘we gaan zien wat er komen gaat’, en als ik tijdens het boodschappen doen per ongeluk moet kuchen lijkt het hele gangpad me ter plekke om zeep te willen helpen. Toch slaan die dingen slechts deukjes in mijn dagelijks leven. Nee, het grootste gat is geslagen toen de horeca gesloten werd: ik mag mijn werk niet meer doen. Dat waar ik zoveel plezier uithaal, waar ik verbinding voel, waar ik lach, zweet en vloek. Soms, als ik alleen in de keuken sta, mompel ik in mezelf ‘bon chef’.

Zoals ik al zei is er in de krant en online genoeg ellende te lezen. Daarom wilde ik van deze column een vrolijke noot maken. Datgene belichten waar de horeca in uitblinkt: verbinden. En daarbij mijn kleine sprankje hoop uitspreken dat ik snel dit prachtige beroep weer uitoefenen mag.

Het voorval wat ik jullie nu ga vertellen vond een aantal jaren geleden plaats. Ik werkte toen nog bij een grote kroeg in het centrum van Utrecht. Het was een voorjaarsavond, maar warm genoeg om buiten te zitten. Ik bediende de linkerkant van het terras. Daar, aan een tafel voor vier, waren een man en een vrouw van middelbare leeftijd gaan zitten. De vrouw zat aan de ene kant links, de man aan de andere kant rechts, een oceaan aan ongemakkelijke, ondoordringbare ruimte tussen hen in.

Nieuwe biertjes

Bij het opnemen van de bestelling keken beide partijen strak naar beneden en er werd wat gemompeld, maar ze leken beiden niet te kunnen beslissen wat ze wilden drinken. Uiteindelijk stelde ik maar voor dat ik een biertje voor hen uit zou zoeken. De opluchting aan tafel was merkbaar toen ik me omdraaide en wegliep.

Dat ze blij waren met mijn oplossing en keuze van bier bleek: na drie rondjes op deze manier geserveerd te hebben hoefde ik niet eens meer aan tafel te verschijnen. Een handgebaar van meneer of mevrouw was het teken dat ik twee nieuwe biertjes mocht brengen. De sfeer aan tafel werd met de slok losser. Er werd gelachen en mevrouw schoof een stoeltje op zodat ze tegenover haar gezelschap kwam te zitten.

Bier column Noreen

Op een gegeven moment was meneer eventjes van tafel. Mevrouw wenkte driftig dat ik naar haar toe moest komen. Ze legde haar hand op mijn arm en fluisterde duidelijk hoorbaar voor iedereen om haar heen: “We zijn op een DATE. Kun je dat nou geloven? Ja, via zo’n internetwebsite. Een jaar hebben we gemaild voordat ik hem durfde te ontmoeten. Een JAAR. En nu is het zover. Hij komt uit het Noorden, ik uit het Zuiden. Ja en dan is Utrecht lekker in het midden hè. Nou, breng nog maar zo’n biertje hoor!” Toen zag ze dat haar tafelgenoot er weer aankwam. Ze liet mijn arm los en haalde nog snel een hand door haar haren.

Het werd donker, de kaarsjes werden aangestoken en de handen verstrengelden zich. Uiteindelijk zag ik dat ze naast elkaar waren gaan zitten en dat er voorzichtig gekust werd. Haar hoofd op zijn schouder keken ze samen naar de Dom.

Bij het afrekenen schudde hij mijn hand. Zij gaf me een knuffel. “Dankjewel voor deze prachtige avond meisje. Ik was zo zenuwachtig, maar nu ben ik gelukkiger dan ik in lange tijd geweest ben.”

Na een jaar werken als docente Engels is Noreen Kaland weer teruggekeerd naar de horeca, in de functie van sommelier en assistent-manager. Voor Frisse Mosterd schrijft ze over de twee dingen binnen het mooie horecavak die zij het leukst vindt: de gasten en wijn.

Frisse Mosterd
info@frissemosterd.nl