Header column Jelle

Bevrijding

Mijn vader is een oorlogskind. In de hongerwinter van ’44 was hij vijf. Vorige week vertelde hij over die tijd. Mooi – misschien ook niet – dat herinneringen zijn blijven plakken.

Zo jong als hij was sloop hij in het donker, samen met zijn oudere vriendje Leo, naar het kleine houten spoorweghuisje aan de Abstederdijk. Dat ze gingen slopen voor het hout. Hij moest uitkijken, want bij een eerder delict hadden ze voor hun leven moeten rennen toen de Duitsers hun geweren lieten zingen.

Het gouden hout werd verdeeld onder de buurtbewoners. De kachel kon branden. Het fornuis weer koken, voor zover er iets te eten was natuurlijk.

Hoe komt het dat we geneigd zijn moeilijke periodes met elkaar te vergelijken? Om te relativeren?

Eén keer per week ontsnap ik aan al het corona-gedoe en drink bier, bak vlees op een rooster en ouwehoer met goede vrienden. We zijn soms met teveel, daarom houd ik de locatie geheim. Ze zouden je eens ontdekken…

Straks met die 1,5 meter ga ik opnieuw de regels overtreden omdat het voor mij niet werkbaar is. Ik kan onmogelijk met mijn collega op die afstand werken. Daarnaast kom ik altijd in contact met mijn gasten. Een halve bevrijding zal heel moeilijk worden.

En mijn vader… hij doet boodschappen en komt weleens te dichtbij.

Jelle Winkels is geboren en getogen Utrechter. In zijn werk als barman, stadsgids en columnist uit hij zijn oneindige liefde voor de Domstad.

Frisse Mosterd
info@frissemosterd.nl